|
|
|
Het is mogelijk dat door de eeuwen de overgrote meerderheid van
gelovigen niet de term essentie heeft gebruikt om de centrale nadruk van
hun geloof te beschrijven. De termijn is zelf van Griekse oorsprong en
vertegenwoordigt zo slechts één deel van de traditie, één element in de
termen die in omhoog het maken van Christendom zijn gegaan. Het
onderzoek naar een essentie kan voor filosofen, theologen (die de taal
van de gelovende gemeenschap) interpreteren, of historici dringender
zijn dan het voor de regelmatige gelovigen is die niet de last van
geleerden delen. De essentie verwijst naar die kwaliteiten die iets zijn
identiteit geven en op het centrum zijn van wat dat ding van al het
andere verschillend maakt. Aan Griekse filosofen betekende het iets
intrinsiek aan en inherent aan een ding of een categorie van dingen, dat
het zijn karakter gaven en zo het van alles van verschillend karakter
scheidden. Aldus behoort Jesus-Christus tot het essentiële karakter van
Christendom en geeft het identiteit op de zelfde manier dat Boedha voor
Buddhism.
Doet Als de massa van mensen niet scholar' heeft; s probleem om de essentie van Christendom te bepalen, in de praktijk moeten zij aan termijnen komen met wat de woordessentie impliceert. Of zij met wordt gespaard of wordt teruggekocht enerzijds, of het denken en het spreken over die afkoop bezig geweest zijn, zijn agent, en zijn betekenis op andere, leggen zij op de essentie van hun ervaring de nadruk. Zij die zich van binnen de geloofstraditie hebben geconcentreerd hebben ook helpen om het zijn identiteit te geven. Het is niet mogelijk om wezenlijk van een historische traditie te spreken zonder het verwijzen naar hoe zijn ideale kwaliteiten door de leeftijden zijn besproken. Maar toch kan men de afzonderlijke onderwerpen van essentie en identiteit opnemen die de één na de ander, zich altijd bewust is van hoe zij met elkaar in verband brengen. |